HOOFDSTUK 34
De eerste ronde
Memento mori

Op zijn vijftigste verjaardag (in het midden), met Laurene en Eve, Eddy Cue, John Lasseter (met camera) en Lee Clow (met baard)
Kanker
Later zou Jobs aannemen dat de kanker die hij kreeg, veroorzaakt was tijdens dat slopende jaar dat in 1997 begon, waarin hij aan het hoofd stond van zowel Apple als Pixar. Terwijl hij tussen de bedrijven en zijn huis heen en weer racete, had hij last gekregen van nierstenen en andere kwalen en kwam hij soms zo uitgeput thuis dat hij nog nauwelijks kon praten. ‘Dat is vermoedelijk de tijd dat deze kanker begon te groeien, omdat mijn afweersysteem in die periode behoorlijk zwak was.’
Er is geen aanwijzing dat oververmoeidheid of een zwak immuunsysteem kanker kan veroorzaken. Maar die nierstenen leidden wel tot de ontdekking van de kanker. In oktober 2003 ontmoette hij toevallig weer de uroloog die hem toen had behandeld en zij raadde hem aan een CT-scan te laten maken van zijn nieren en urinebuis omdat de laatste scan van inmiddels vijf jaar geleden was. Op de nieuwe scan was geen niersteen te zien, maar wel een donkere vlek op zijn alvleesklier en dus vroeg ze hem om dat verder te laten onderzoeken. Dat deed hij niet. Zoals gewoonlijk was hij heel goed in het bewust negeren van dingen die hij niet wilde horen. Maar ze hield aan. ‘Steve, dit is echt belangrijk,’ zei ze een paar dagen later. ‘Je moet dit laten doen.’
Haar stem klonk zo dringend dat hij besloot om het toch maar te laten doen. Hij liet op een vroege morgen de CT-scan maken en na bestudering daarvan vroegen de artsen hem om langs te komen, en brachten ze hem het slechte nieuws dat het een tumor was. Een van hen suggereerde zelfs dat hij zijn zaken in orde moest maken, een beleefde manier om te zeggen dat hij misschien nog maar een paar maanden te leven had. Diezelfde avond voerden ze een biopsie uit door een endoscoop via zijn mond naar zijn ingewanden te brengen, waar ze een naald in zijn alvleesklier staken om er een paar cellen uit te halen. Zijn vrouw Laurene herinnerde zich dat de artsen zo blij waren dat ze tranen in hun ogen hadden. Het bleek om een neuro-endocriene kanker, een zogenoemd insulinoom te gaan, die zeldzaam is en langzamer groeit dan andere vormen en daarom vaak met meer succes behandeld kan worden. Hij had geluk dat de kanker zo vroeg was ontdekt – als bijproduct van een routinematige scan van zijn nieren – en chirurgisch verwijderd kon worden voordat hij was uitgezaaid.
Een van de eersten die hij hierop belde, was Larry Brilliant, die hij voor het eerst in de ashram in India had ontmoet. ‘Geloof jij nog steeds in God?’ vroeg Jobs hem. Brilliant zei van wel en ze spraken over de vele paden die naar God voerden, zoals hun hindoeïstische goeroe Neem Karoli Baba hen had geleerd. Toen vroeg Brilliant aan Jobs wat er aan de hand was. ‘Ik heb kanker,’ antwoordde Jobs.
Art Levinson, lid van de raad van bestuur van Apple, zat de bestuursvergadering van zijn eigen bedrijf Genentech voor toen zijn mobiele telefoon ging en Jobs’ naam op het schermpje verscheen. Zo gauw er een pauze was, belde hij terug en hoorde hij het nieuws over de tumor. Levinson kwam uit het kankeronderzoek en zijn bedrijf maakte medicijnen voor de behandeling van kanker; hij werd Jobs’ adviseur. Net als Andy Grove van Intel, die prostaatkanker had overwonnen. Jobs belde hem op een zondag en hij reed direct naar Jobs’ huis en bleef twee uur.
Tot schrik van zijn vrouw en vrienden besloot Jobs zich niet te laten opereren om de tumor te laten verwijderen, wat de enige medische mogelijkheid was. ‘Ik wilde echt niet dat ze mijn lichaam opensneden, dus ging ik na of er niet iets anders werkzaam zou kunnen zijn,’ vertelde hij me jaren later met een beetje spijt in zijn stem. Zo ging hij zich weer aan een strikt vegetarisch dieet houden met grote hoeveelheden wortels en vers vruchtensap. Daaraan voegde hij acupunctuur toe, verschillende kruidenkuren en af en toe nog een andere behandeling die hij op het internet vond; ook raadpleegde hij mensen in het hele land, tot een spiritistisch medium aan toe. Enige tijd stond hij onder invloed van een arts die een kliniek voor natuurlijke genezing dreef in het zuiden van Californië, die het gebruik van biologische kruiden, vastenperiodes met enkel vruchtensap, herhaaldelijke darmspoelingen, hydrotherapie en het uiten van alle negatieve gevoelens predikte.
‘Het grote probleem was dat hij echt nog niet klaar was om in zijn lichaam te laten snijden,’ vertelde Laurene Powell. ‘Het is heel moeilijk om iemand dan zover te krijgen.’ Ze bleef het echter proberen. ‘Het lichaam is er alleen om de geest te dienen,’ zei ze. Zijn vrienden drongen er herhaaldelijk bij hem op aan om zich te laten opereren en aansluitend chemotherapie te volgen. ‘Steve praatte tegen me als hij zichzelf probeerde te genezen door paardenstront te eten en paardenstrontwortels, en ik zei hem dat hij getikt was,’ vertelde Grove. Levinson zei dat hij ‘dagelijks pleitte’ bij Jobs en het ‘enorm frustrerend vond dat ik gewoon niet tot hem doordrong’. De ruzies betekenden bijna het einde van hun vriendschap. ‘Zo werkt kanker niet,’ zei Levinson nadrukkelijk als Jobs zijn behandelingen met hem besprak. ‘Dit is niet op te lossen zonder operatie en het met giftige middelen te bombarderen.’ Zelfs dieetgoeroe Dean Ornish, een pionier op het gebied van alternatieve methoden en voeding om ziekten te bestrijden, maakte een lange wandeling met Jobs om hem te vertellen dat een traditionele methode soms de juiste optie is. ‘Je heb echt een operatie nodig,’ zei Ornish tegen hem.
Jobs’ koppigheid duurde negen maanden vanaf de diagnose in oktober 2003. Deels was die koppigheid afkomstig uit zijn reality distortion field. ‘Volgens mij heeft Steve een zo sterk verlangen naar een wereld die op een bepaalde manier is, dat hij die probeert te dwingen zo ook te zijn,’ vermoedde Levinson. ‘Maar soms werkt dat niet. De werkelijkheid is keihard.’ De keerzijde van zijn wonderlijke vermogen om zich op iets te concentreren is zijn angstaanjagende vermogen dingen weg te filteren waar hij niets mee te maken wil hebben. Dit leidde tot veel van zijn doorbraken, maar kon ook tegen hem werken. ‘Hij kan goed alles negeren waar hij geen zin in heeft,’ legde zijn vrouw uit. ‘Zo zit hij nu eenmaal in elkaar.’ Of het nu om persoonlijke aangelegenheden ging die te maken hadden met vrouw en gezin, of zakelijke die te maken hadden met ontwerpen of onderhandelen, of zaken over gezondheid of kanker, Jobs bemoeide zich er soms gewoon niet mee.
In het verleden was hij wel beloond voor wat zijn vrouw zijn ‘magisch denken’ noemde – zijn aanname dat hij dingen met zijn wil kon beïnvloeden als hij wilde. Maar bij kanker werkte dat niet. Laurene drong er bij iedereen in zijn omgeving, inclusief zijn zus Mona Simpson, op aan om te proberen hem op andere gedachten te brengen. Tot hem in juli 2004 een CT-scan onder zijn neus werd geduwd waaruit bleek dat de tumor gegroeid was en was uitgezaaid. Dat dwong hem eindelijk om de werkelijkheid onder ogen te zien.
Op zaterdag 31 juli 2005 werd Jobs geopereerd in het Stanford University Medical Center. Hij kreeg geen volledige ‘Whipple-procedure’, waarbij een groot deel van de alvleesklier en van de omliggende organen als maag en darmen wordt verwijderd. De artsen overwogen het wel, maar besloten tot een minder radicale benadering, een aangepaste Whipple waarbij alleen een deel van de alvleesklier werd weggehaald.
De volgende dag stuurde Jobs zijn medewerkers een e-mail – met zijn PowerBook die aangesloten was op een AirPort Express, een basisstation van Apple, in zijn ziekenhuiskamer – waarin hij de operatie bekendmaakte. Hij verzekerde hen dat het type alvleesklierkanker dat hij had, ‘ongeveer 1% van het totaal aantal gevallen van gediagnosticeerde alvleesklierkanker per jaar vertegenwoordigde en genezen kan worden door chirurgische verwijdering als hij maar op tijd wordt gediagnosticeerd (zoals de mijne).’ Hij zei dat hij geen chemotherapie of bestraling nodig zou hebben en dat hij van plan was om in september weer aan het werk te gaan. ‘Ik heb Tim Cook gevraagd om, terwijl ik afwezig ben, de verantwoordelijkheid op zich te nemen voor de dagelijkse gang van zaken, zodat we geen tel achterop zullen raken,’ schreef hij. ‘Ik weet zeker dat ik enkelen van jullie in augustus veel te vaak op zal gaan bellen en ik zie ernaar uit om jullie in september terug te zien.’
Eén neveneffect van de operatie zou voor Jobs nog een groot probleem worden vanwege zijn obsessieve diëten en zijn merkwaardige gewoonte van zuiveren en vasten die hij al had sinds hij een tiener was. Omdat de alvleesklier de eiwitten levert waardoor het lichaam eten kan verteren en voedingsstoffen op kan nemen, wordt het moeilijk om na verwijdering van een deel van het orgaan nog voldoende eiwitten binnen te krijgen. Patiënten wordt dan ook aangeraden om regelmatig te eten en een voedzaam dieet aan te houden, met een grote variatie aan vlees- en viseiwitten en vollemelkproducten. Jobs had dat allemaal nooit gegeten en zou het ook niet eten.
Hij lag twee weken in het ziekenhuis en moest daarna vechten om op krachten te komen. ‘Ik herinner me dat ik terugkwam en in die schommelstoel zat,’ zei hij tegen me terwijl hij naar een stoel in de woonkamer wees. ‘Ik had de energie niet meer om te lopen. Het duurde een week voordat ik om ons huizenblok kon wandelen. Ik dwong mezelf om naar de tuinen een paar straten verderop te lopen, en steeds verder, en binnen zes maanden had ik bijna al mijn kracht weer terug.’
Helaas was de kanker uitgezaaid. Tijdens de operatie troffen de artsen drie levermetastases aan. Hadden ze negen maanden eerder geopereerd, dan waren ze de uitzaaiing mogelijk voor geweest, hoewel ze dat nooit zeker kunnen weten. Hij begon nu aan een chemokuur, die zijn voedingsprobleem nog eens verder op de proef stelde.
De afstudeerdag aan Stanford
Jobs hield zijn voortdurende strijd tegen de kanker geheim – hij vertelde iedereen dat hij ‘genezen’ was – net als hij had gedaan met de diagnose die hij in oktober 2003 had gekregen. Een dergelijke geheimhouding was niet verrassend: dat hoorde nu eenmaal bij Jobs’ aard. Wat wel verrassend was, was dat hij heel persoonlijk en heel openlijk over zijn gezondheid sprak. Hoewel hij buiten zijn presentaties van nieuwe producten zelden toespraken hield, aanvaardde hij een uitnodiging van Stanford om in juni 2005 de toespraak te houden op de feestelijke dag dat de afgestudeerden hun bul in ontvangst nemen. Na de diagnose kanker en nu hij 50 werd, was hij in een bespiegelende stemming.
Voor hulp bij zijn toespraak belde hij de briljante scenarioschrijver Aaron Sorkin (A Few Good Men, The West Wing). Sorkin zegde zijn hulp toe en Jobs stuurde hem een paar van zijn ingevingen. ‘Dat was in februari en ik hoorde maar niets, dus e-mailde ik hem in april nog maar eens, en hij antwoordde “Oh, ja” en ik stuurde hem nog enkele invallen,’ vertelde Jobs. ‘Uiteindelijk krijg ik hem aan de telefoon en hij blijft maar “Yeah” zeggen, maar dan wordt het begin juni en heeft hij me nog niets gestuurd.’
Jobs raakt in paniek. Hij had altijd zijn eigen presentaties geschreven, maar nog nooit een dergelijke toespraak. Daarom ging hij er op een avond maar eens voor zitten en schreef hij hem zelf, met geen andere steun dan dat hij zijn ideeën eerst aan zijn vrouw voorlegde. Ten gevolge van dit alles werd het een heel intiem en eenvoudig praatje, met de onopgesmukte en persoonlijke touch van een perfect Steve Jobs-product.
Alex Haley, de auteur van onder andere Roots, heeft eens gezegd dat de beste manier om een toespraak te beginnen is met: ‘Laat me jullie een verhaal vertellen.’ Niemand hoort graag een lezing, maar iedereen wil wel graag een goed verhaal horen. En dat was de benadering die Jobs koos. ‘Vandaag wil ik jullie drie verhalen uit mijn leven vertellen,’ zo begon hij. ‘Dat is alles. Niet zo moeilijk, alleen drie verhalen.’
Het eerste ging over hoe hij Reed vroegtijdig verliet. ‘Ik kon ophouden met het volgen van de lessen die me niets interesseerden en binnenvallen bij lessen die me veel boeiender leken.’ In het tweede vertelde hij dat zijn ontslag bij Apple uiteindelijk goed voor hem was geweest. ‘Het grote gewicht van het succes werd vervangen door het lagere gewicht van een nieuw begin, van een beginner die minder zeker van alles is.’ De studenten luisterden ongewoon aandachtig, ondanks dat er een vliegtuigje boven hen cirkelde met een sleep met de tekst ‘Recycle alle e-waste’, maar bij het derde verhaal raakten ze echt betoverd. Dat ging over gediagnosticeerd worden met kanker en de bewustwording die dat met zich meebracht.
==
Het besef dat ik gauw dood zal zijn is het belangrijkste hulpmiddel dat ik ooit heb gehad om de grote keuzes van het leven mee te maken. Omdat bijna alles – alle verwachtingen van anderen, alle trots, alle angst voor verlegenheid of mislukking – al die dingen verdwijnen in het aangezicht van de dood en alleen wat echt belangrijk is, blijft. Het besef dat je doodgaat is de beste manier die ik ken om de val te ontwijken te denken dat je iets te verliezen hebt. Je bent al naakt. Er is geen enkele reden om je hart niet te volgen.
Het knappe minimalisme van de toespraak verleende hem zijn eenvoud, zuiverheid en charme. Je kunt zoeken waar je wilt, van bloemlezingen tot YouTube, maar een betere afstudeertoespraak zul je niet vinden. Andere waren misschien belangrijker, zoals die van George Marshall in 1947 aan Harvard, waarin hij zijn plan verkondigde om Europa weer op te bouwen, meer geen was er zo elegant.
Een leeuw met vijftig
Zijn dertigste en zijn veertigste verjaardag had Jobs gevierd met de groten van Silicon Valley en andere sterren. Maar in 2005, toen hij 50 werd en hij zijn operatie achter de rug had, waren bij de surpriseparty die zijn vrouw georganiseerd had, vooral zijn beste vrienden en collega’s aanwezig. Het feest werd gehouden in een comfortabel huis van vrienden in San Francisco en de beroemde kok Alice Waters bereidde zalm uit Schotland met couscous en verse groenten van de koude grond. ‘Het was heerlijk warm en intiem, waarbij alle volwassenen en kinderen in dezelfde kamer konden zitten,’ vertelde Waters. Het amusement was een komische improvisatie door de cast van ‘Whose Line Is It Anyway?’ (waarop het Nederlandse programma ‘De Lama’s’ gebaseerd is). Jobs’ goede vriend Mike Slade was er, evenals reclamegoeroe Clow en collega’s van Apple en Pixar, onder wie Lasseter, Cook, Schiller, Rubinstein en Tevanian.
Cook had het bedrijf gedurende Jobs’ afwezigheid heel goed weten te leiden. Hij had ervoor kunnen zorgen dat Apple’s temperamentvolle artiesten bleven presteren en hij vermeed om zelf in de schijnwerpers te treden. Jobs hield tot op zekere hoogte van sterke persoonlijkheden, maar hij had nooit echt een plaatsvervanger enige macht afgestaan of met iemand het toneel willen delen. Het was heel moeilijk om zijn understudy te zijn. Je was verdoemd als jij straalde, en ook als je dat niet deed. Cook had tussen de klippen door weten te laveren. Hij was rustig en besluitvaardig als hij de baas was, maar hij streefde niet naar enige aandacht of complimentjes voor zichzelf. ‘Sommige mensen hebben een hekel aan het feit dat Steve voor alles de eer krijgt, maar ik heb daar nooit ene moer om gegeven,’ aldus Cook. ‘Eerlijk gezegd heb ik het liefst dat mijn naam nooit in de krant staat.’
Toen Jobs van ziekteverlof terugkeerde, nam Cook zijn plaats weer in als degene die de draaiende delen van Apple bijeenhield terwijl hij onaangedaan leek door Jobs’ woedebuien. ‘Wat ik over Steve leerde was dat mensen zijn opmerkingen wel eens als een uitval of negatief beoordelen, maar het was gewoon zijn manier om zijn hartstocht te laten blijken. Dat is dus hoe ik ze opnam, ik vatte ze nooit persoonlijk op.’ In veel opzichten was hij het tegenovergestelde van Jobs: onverstoorbaar, een evenwichtig humeur en (zoals het woordenboek in de NeXT zou zeggen) eerder saturnine (zwaarmoedig) dan mercurial (vrolijk). ‘Ik ben een goede onderhandelaar en hij is vermoedelijk beter dan ik, want hij is een koele kikker,’ zei Jobs later. Na nog wat meer eerbetoon voegde Jobs er een zekere reserve aan toe, een serieuze bedenking die zelden hardop werd uitgesproken: ‘Maar Jim is niet een echt productmens.’
In het najaar van 2005, terwijl ze in een vliegtuig op weg naar Japan zaten, informeerde Jobs bij Cook of hij niet chief operating officer, COO, van Apple wilde worden. Eigenlijk vroeg Jobs het niet aan Cook. Hij wendde zich gewoon naar hem en zei: ‘Ik heb besloten je COO te maken.’
Rond die tijd hadden Jobs’ oude vrienden Jon Rubinstein en Avie Tevanian – zijn vervangers voor hardware en software die hij tijdens de restauratie van 1997 had aangesteld – besloten om te vertrekken. Tevanian had heel veel geld verdiend en wilde ophouden met werken. ‘Avie is een briljant man en een aardig man, veel onverstoorbaarder dan Ruby en zijn ego interesseert hem niets,’ aldus Jobs. ‘Het was een enorm verlies voor ons dat Avie vertrok. Hij is een uniek mens – een genie.’
Rubinsteins vertrek was wat meer omstreden. Hij was niet blij met de bevordering van Cook en uitgeput na negen jaar werken onder Jobs. Hun schreeuwpartijen werden steeds frequenter. Er was nog een serieuzer probleem: Rubinstein botste herhaaldelijk met Jony Ive, die vroeger onder hem had gewerkt en nu rechtstreeks aan Jobs rapporteerde. Ive probeerde altijd zijn zin door te drukken met ontwerpen die weliswaar schitterend waren, maar moeilijk uit te voeren. Het was Rubinsteins taak om ervoor te zorgen dat de hardware op praktische wijze geproduceerd kon worden, en dus protesteerde hij vaak. Hij was voorzichtig van nature. ‘Uiteindelijk kwam Ruby van HP,’ zei Jobs. ‘En nooit spitte hij eens dieper, hij was niet agressief.’
Dat was bijvoorbeeld het geval met de schroeven in de handvatten van de Power Mac G4. Ive had besloten dat die een bepaalde glans en vorm moesten hebben. Maar volgens Rubinstein zou dat ‘astronomisch’ kostbaar zijn en werd het hele project er weken door vertraagd; hij was tegen het idee. Het was zijn taak om producten te leveren, en dat betekende compromissen sluiten. Ive zag die benadering als het tegenhouden van vernieuwing, en dus passeerde hij hem in de hiërarchie naar boven en ging rechtstreeks naar Jobs, en naar beneden om te praten met technisch ontwerpers op middenniveau. ‘Ruby zei, “Dat kun je niet doen, dat levert vertraging op”, en ik zei, “Volgens mij kan het wel”,’ vertelde Ive. ‘En ik kon het weten omdat ik achter zijn rug om al met zijn productieteams had gesproken.’ In dergelijke gevallen koos Jobs altijd Ive’s kant.
Een enkele keer liep de ruzie tussen Ive en Rubinstein zo hoog op dat het bijna een knokpartij werd. Ten slotte stelde Ive Jobs voor een ultimatum: ‘Hij eruit of ik eruit.’ Jobs koos Ive. Rubinstein stond toen al klaar om te gaan. Met zijn vrouw had hij een stuk grond gekocht in Mexico en hij wilde tijd hebben om er een huis te bouwen. Later kreeg hij een baan bij Palm, dat Apple’s iPhone probeerde te imiteren. Jobs was zo kwaad dat Palm een van zijn voormalige hoge employés in dienst had genomen dat hij erover klaagde bij Bono, die medeoprichter was van een private equity group, met aan het hoofd Fred Anderson, het voormalige financiële hoofd van Apple, en die groep had een groot aandeel in Palm. Bono stuurde Jobs een notitie terug, waarin hij schreef: ‘Hier moet je even rustig onder blijven. Dit is net alsof de Beatles opbellen omdat Herman and the Hermits een van de mannen van hun road crew hebben overgenomen.’ Later gaf Jobs toe dat hij overdreven boos had gereageerd. ‘Het feit dat ze daarmee totaal de mist ingingen, verzacht die wond,’ zei hij.
Jobs kon een nieuw managementteam opbouwen dat minder ruzie zocht en wat berustender was. De hoofdrolspelers waren, naast Cook en Ive, Scott Forstall die aan het hoofd kwam van de softwareontwikkeling voor de iPhone, Phil Schiller als hoofd marketing, Bob Mansfield als hoofd Mac-hardware, Eddy Cue die de internetdiensten beheerde, en Peter Oppenheimer als hoofd financiën. Oppervlakkig gezien heerste er grote gelijkheid in dit team (het waren allemaal blanke mannen van middelbare leeftijd), maar hun managementstijlen liepen ver uiteen. Ive was emotioneel en expressief, Cook kon koud als staal zijn. Allemaal wisten ze dat ze geacht werden respectvol te zijn tegen Jobs maar tegelijkertijd enig verzet te bieden tegen sommige van zijn plannen en tegen zijn neiging om ruzie te zoeken – een moeilijk evenwicht om te bewaren, maar ze deden dit uitstekend. ‘Ik besefte al heel gauw dat hij je, als je je mening niet gaf, neer zou maaien,’ aldus Cook. ‘Hij neemt een tegengesteld standpunt in om meer discussie uit te lokken omdat dat tot een beter resultaat zou kunnen leiden. Dus als je je niet op je gemak voelt als je het met hem oneens bent, dan overleef je hem nooit.’
Het belangrijkste terrein voor vrij discussiëren was de vergadering van het directieteam op maandagmorgen; die begon om 9 uur en ging drie of vier uur door. Cook behandelde in tien minuten wat grafieken om te laten zien hoe het bedrijf erbij stond, waarna een wijdlopige discussie ontstond over elk product afzonderlijk. Altijd was de focus op de toekomst gericht: wat moet de volgende stap zijn van elk afzonderlijk product, welke nieuwe producten moeten er ontworpen worden? Jobs gebruikte de vergaderingen om erop te wijzen dat ze bij Apple een soort gezamenlijke missie hebben. Dit gecentraliseerde gezag – waardoor het leek alsof het bedrijf net zo goed geïntegreerd was als een goed Apple-product – voorkwam de strijd tussen de verschillende divisies, waar decentraal georganiseerde bedrijven vaak zoveel last van hebben.
Jobs gebruikte deze vergaderingen ook om focus af te dwingen. In de appelboomgaard van Robert Friedland was het zijn taak geweest om de appelbomen te snoeien zodat ze sterk bleven, en dat werd een metafoor voor zijn snoeiwerk bij Apple. In plaats van iedere groep aan te moedigen om hun productlijnen uit te breiden op grond van markt-overwegingen of om toe te staan dat duizend ideeën zouden bloeien, stond Jobs erop dat de focus van het bedrijf op twee of drie prioriteiten tegelijk lag. ‘Niemand is beter dan hij om zich af te sluiten voor de ruis om hem heen,’ aldus Cook. ‘Daardoor kan hij zich op een paar dingen concentreren en nee zeggen tegen een heleboel andere dingen. Maar weinig mensen zijn daar echt goed in.’
In het oude Rome zou er achter een generaal, die na een overwinning door de straten van Rome paradeerde, soms een ondergeschikte hebben gelopen wiens taak het was om keer op keer ‘Memento mori’ tegen hem te zeggen, ‘Gedenk te sterven’. De herinnering aan zijn eigen sterfelijkheid moest de held helpen om de dingen in het juiste perspectief te blijven zien, hem wat nederigheid bijbrengen. Jobs’ memento mori was hem door zijn artsen toegeroepen, maar tot enige nederigheid leidde dat niet. In plaats daarvan brulde hij na zijn herstel harder, alsof hij nog maar een beperkte tijd had om zijn missie te voltooien. Zoals hij in zijn toespraak aan Stanford had gezegd, had zijn ziekte hem eraan herinnerd dat hij uiteindelijk niets te verliezen had, en dus kon hij op volle kracht vooruitsnellen. ‘Hij keerde terug met een missie,’ zei Cook. ‘Hoewel hij aan het hoofd stond van een groot bedrijf, bleef hij onverwachte besluiten nemen waarvan ik denk dat niemand anders dat zo gedaan zou hebben.’
Enige tijd leken er tekenen op te wijzen, of heerste de hoop, dat hij zijn persoonlijke stijl wat gematigd had, dat hij in het aangezicht van kanker en zijn vijftigste verjaardag wat minder grof zou zijn als hij boos was. ‘Direct nadat hij na die operatie was teruggekeerd, deed hij iets minder aan dat vernederen,’ vertelde Tevanian. ‘Als hij ergens boos om was, schreeuwde hij en werd hij ontzettend kwaad en smeet hij met krachttermen, maar hij deed dat niet op zo’n manier dat degene tegen wie hij het had, er compleet door kapot werd gemaakt. Het was zijn manier om ervoor te zorgen dat de ander zijn werk beter deed.’ Tevanian zei dit bedachtzaam, en voegde er toen een voorbehoud aan toe. ‘Behalve als hij dacht dat iemand echt slecht was en moest vertrekken, wat zo af en toe gebeurde.’
Maar ook de ruwste kantjes keerden terug, omdat de meeste collega’s eraan gewend waren en ermee om hadden leren gaan. Wat hen echter nog steeds beschaamde, was als zijn woede zich op vreemden richtte. ‘We gingen eens naar een Whole Foods Market om een smoo-thie te halen,’ vertelde Ive. ‘Een oudere vrouw maakte ze, en hij werd ontzettend kwaad op haar om de manier waarop ze ze maakte. Later had hij dan weer medelijden met haar. “Het is een oudere vrouw en ze wil dit baantje helemaal niet doen.” Hij bracht die dingen niet met elkaar in verband, hij was in beide gevallen een purist.’
Voor een reisje naar Londen dat ze samen zouden maken, had Ive de ondankbare taak om een hotel te kiezen. Hij koos The Hempel, een rustig en klein vijfsterrenhotel met een verfijnd minimalisme, waarvan hij dacht dat Jobs het wel mooi zou vinden. Maar zo gauw ze hadden ingecheckt, voelde hij het al aankomen en inderdaad, binnen de minuut ging zijn telefoon. ‘Ik vind mijn kamer vreselijk, laten we weer gaan.’ En dus pakte Ive zijn spullen weer in en ging naar de balie, waar Jobs de geschokte klerk vertelde wat hij vond. Ive besefte dat de meeste mensen, onder wie hijzelf, de neiging hebben om niet zo direct te zijn als ze iets niet goed vinden omdat ze willen dat mensen hen mogen, ‘wat eigenlijk een stukje ijdelheid is’. Dat was een overdreven aardige uitleg. Hoe dan ook, het was iets wat Jobs niet had.
Omdat Ive van nature zo aardig is, brak hij zich het hoofd over waarom Jobs, die hij heel erg graag mocht, zich gedroeg zoals hij zich gedroeg. Op een avond in een bar in San Francisco, boog hij zich serieus naar me toe en probeerde hij het hardop te analyseren:
==
Het is een heel, heel gevoelige man. Dat is een van de dingen die zijn asociale gedrag, zijn grofheid, zo overdreven maakt. Ik begrijp wel waarom onverstoorbare en ongevoelige mensen grof kunnen zijn, maar niet waarom gevoelige mensen dat zijn. Ik heb hem eens gevraagd waarom hij zo kwaad werd om sommige dingen. Hij antwoordde: ‘Maar ik blijf niet boos.’ Hij heeft die verschrikkelijk kinderachtige eigenschap dat hij echt kwaad kan worden om iets, waarna het weer volkomen van hem afglijdt. Maar volgens mij zijn er ook momenten waarop hij heel gefrustreerd is, en zijn manier om dat kwijt te raken is door iemand te kwetsen. Volgens mij heeft hij het idee dat hij de vrijheid heeft en de volmacht om dat te doen. De normale regels van de sociale omgang, vindt hij, zijn niet op hem van toepassing. Want omdat hij zo gevoelig is, weet hij precies hoe hij iemand efficiënt en effectief kan kwetsen. En dat doet hij. Niet heel vaak – soms.
Zo nu en dan nam een wijze collega Jobs even terzijde om te proberen hem te kalmeren. Lee Clow was er een meester in. ‘Steve, heb je even?’ vroeg hij dan kalm als Jobs iemand in het openbaar de huid vol schold. Dan gingen ze samen Jobs’ kantoor in en legde Clow uit hoe hard iedereen werkte. ‘Als je hen vernedert, dan is dat eerder demotiverend dan motiverend,’ zei hij tijdens een dergelijk onderonsje. Dan verontschuldigde Jobs zich en zei dat hij het begreep. Maar dan deed hij het toch weer. ‘Het is gewoon wie ik ben,’ zei hij dan.
Iets wat wel milder werd, was zijn houding ten aanzien van Bill Gates. Microsoft had zich aan zijn deel van de afspraak gehouden die ze in 1997 hadden gesloten, namelijk om door te gaan met de ontwikkeling van fantastische software voor de Macintosh. En het bedrijf werd steeds minder relevant als concurrent omdat het er nog steeds niet in was geslaagd om Apple’s strategie als digitale hub over te nemen. Gates en Jobs hadden tegenovergestelde benaderingen van producten en innovatie, maar hun rivaliteit had in ieder een verrassend zelfbewustzijn geschapen.
Voor hun congres D:All Things Digital, dat in mei 2007 zou worden gehouden, hadden de oprichters en Wall Street Journal-journalisten Walt Mossberg en Kara Swisher geprobeerd om beide mannen gezamenlijk op te laten treden. Mossberg nodigde eerst Jobs uit, die dergelijke congressen niet vaak bezocht, en was stomverbaasd toen Jobs zei dat hij mee zou werken als Gates het deed. Toen Gates dit hoorde, aanvaardde hij de uitnodiging ook. Het plan liep nog bijna mis toen Gates een interview gaf aan Steven Levy van Newsweek en ineens losbarstte toen hem werd gevraagd wat hij vond van Apple’s tv-reclame waarin de Mac tegenover de pc werd gezet en Windows-gebruikers werden afgeschilderd als saaie pieten, terwijl Apple-gebruikers juist hip waren. ‘Ik weet niet waarom ze doen alsof ze superieur zijn,’ zei Gates, die steeds opgewondener raakte. ‘Doet eerlijkheid er in dit soort gevallen nog toe, of als je echt cool bent, betekent dat dan dat je mag liegen wanneer je er zin in hebt? Er zit nog niet eens een greintje waarheid in.’ Levy gooide nog wat olie op het vuur door te vragen of het nieuwe besturingssysteem van Windows, Vista, veel kenmerken van het Mac OS had overgenomen. ‘Je kunt verder gaan en bestuderen wie al deze dingen het eerst heeft laten zien, als je om de feiten geeft,’ antwoordde Gates. ‘En als je alleen wilt zeggen, “Steve Jobs heeft de wereld uitgevonden en de rest van ons kwam er achteraan”, dan is dat ook goed.’
Jobs belde Mossberg en zei dat het, in het licht van wat Gates tegen Newsweek had gezegd, niet erg productief zou zijn om nu samen aan tafel te gaan zitten. Maar Mossberg slaagde erin de zaak te sussen. Hij wilde dat het gezamenlijke gesprek vriendelijk zou zijn, geen verhitte discussie, maar dat werd weer minder waarschijnlijk toen Jobs eerder die dag tijdens een interview met Mossberg alleen, op zijn beurt een sneer gaf naar Microsoft. De vraag ging over het feit dat de iTunes-software van Apple immens populair was onder Windows-gebruikers, en Jobs antwoordde: ‘Het is als een glas ijswater aanbieden aan iemand in de hel.’
Dus toen het tijd werd dat Jobs en Gates elkaar troffen in de green room voor hun gezamenlijke optreden die avond, maakte Mossberg zich zorgen. Gates was er het eerst met zijn assistent Larry Cohen, die hem had verteld wat Jobs eerder die dag had gezegd. Toen Jobs een paar minuten later binnenkwam, pakte hij direct een flesje water uit de ijsemmer en ging zitten. Na een korte stilte zei Gates: ‘Dus ik geloof dat ik een vertegenwoordiger uit de hel ben.’ Hij glimlachte niet. Jobs zei even niets, glimlachte kwajongensachtig en bood hem toen het flesje water aan. De spanning ebde weg.
Daarop volgde een boeiende dialoog, waarin de twee wonderkinderen van het digitale tijdperk soms omzichtig, soms warm over elkaar spraken. Het meest gedenkwaardig waren hun antwoorden op vragen van technologiestrateeg Lise Buyer, die in het publiek zat, over wat ze van elkaar hadden geleerd. ‘Nou, ik zou er veel voor overhebben om Steve’s smaak te hebben,’ antwoordde Gates. Er werd wat nerveus gelachen; beroemd was Jobs’ uitspraak van tien jaar eerder dat zijn probleem met Microsoft was dat het absoluut geen smaak had. Maar Gates zei dat hij het meende. Jobs was een ‘natuurtalent in termen van intuïtieve smaak, voor zowel mensen als producten’. Hij vertelde hoe hij en Jobs eens samen zaten te kijken naar de software die Microsoft voor de Macintosh aan het maken was. ‘Wat ik zag was dat Steve besluiten nam op grond van een gevoel voor mensen en het product die, weet je, zelfs voor mij moeilijk te verklaren waren. De manier waarop hij dingen doet, is gewoon anders en volgens mij is het tovenarij. En in dat geval, wow.’
Jobs staarde naar de grond. Later vertelde hij me dat hij helemaal van zijn stuk was door de eerlijkheid en de vriendelijkheid van Gates. Jobs was net zo eerlijk, maar misschien niet zo aardig, toen hij aan de beurt was. Hij beschreef de diepe kloof tussen de filosofie van Apple om geïntegreerde end-to-end producten te bouwen en Microsofts instelling om zijn software in licentie te geven aan elkaar beconcurrerende computermerken. Op de muziekmarkt bleek de geïntegreerde aanpak beter, zoals af te lezen viel aan het succes van de combinatie iTunes/iPod, merkte hij op, maar Microsofts benadering van aparte onderdelen deed het beter op de markt van personal computers. Een vraag die hij bijna achteloos ter sprake bracht, was: welke benadering zou beter zijn op de markt van mobiele telefoons?
Daarop maakte hij nog een punt, dat enig inzicht verschaft. Dit verschil in ontwerpfilosofie, zei hij, had ertoe geleid dat hij en Apple minder goed samen konden werken met andere bedrijven. ‘Omdat Woz en ik een bedrijf begonnen om het hele ding te ontwerpen, waren we er niet zo goed in om met anderen samen te werken,’ zei hij. ‘En ik denk dat, als Apple daar een beetje meer van in zijn DNA had gehad, dat heel erg goed geweest had kunnen zijn.’